SNMP-instellingen

Het beheren van de netwerkcomponenten van de Disk On-line Server gebeurt via het Simple Network Management Protocol (SNMP). Om dit protocol te kunnen gebruiken, moet de SNMP-service worden gestart.

SNMP-serviceïnstellingen

Activeer de SNMP-service en configureer in de SNMP-beheersoftware de volgende instellingen:

Veld Beschrijving
Groepsnaam De SNMP-groep waartoe dit systeem behoort.
Systeemcontact De contactpersoon voor informatie (b.v. het e-mailadres van de beheerder).
Systeemlokatie De locatie of organisatie van de contactpersoon.

SNMP-trapinstellingen

Als de optie voor de SNMP-trapmelding is ingeschakeld, stuurt het systeem bij fouten of waarschuwingen een melding naar de opgegeven traphost.

Veld Beschrijving
Groepsnaam De groepsnaam voor de trapmeldingen.
IP-adres traphost Het IP-adres van de hostcomputer waar de trapberichten naar toe worden gestuurd.

Wilt u dat er eerst een testbericht wordt gestuurd, dan schakelt u Testtrapbericht verzenden in.

Klik ter bevestiging op de knop [Toepassen].

Alarmmelding

Hier kunt u e-mailadres van de beheerder en het IP-adres van de SMTP-server voor het melden van alarms per e-mail instellen. De beheerder wordt per e-mail op de hoogte gehouden van waarschuwingen en problemen met het systeem.

Veld Beschrijving
Alarmniveau
Hoog E-mail sturen bij fouten of waarschuwingen.
Normaal Alleen e-mail sturen bij kritieke fouten.
Laag Nooit e-mail sturen.
IP-adres van e-mailserver (SMTP) Geef hier het IP-adres van uw SMTP-server op. Als u het IP-adres niet weet, vraag dit dan aan uw netwerkbeheerder of aan uw ISP.
E-mailadres 1 Het eerste e-mailadres waarnaar u e-mailberichten met alarmmeldingen wilt laten sturen.
E-mailadres 2 Het tweede e-mailadres waarnaar u e-mailberichten met alarmmeldingen wilt laten sturen.
Testbericht versturen Het systeem stuurt een testbericht naar het opgegeven adres.

Klik ter bevestiging op de knop [Toepassen].


Opnieuw opstarten / Afsluiten

Selecteer de actie die u wilt uitvoeren. Als u het systeem opnieuw opstart of afsluit, wordt de verbinding van alle gebruikers verbroken.

Hardware-instellingen

U kunt hier de volgende functies in- of uitschakelen:

1. Instelfunctie voor LCD inschakelen
Deze functie is standaard actief en biedt de mogelijkheid om elementaire TCP/IP-instellingen via het LCD-paneel voor op het systeem te configureren.

2. Configuratie-resetschakelaar inschakelen
De configuratie-resetschakelaar is standaard ingeschakeld. Houd de configuratie-resetknop 5 seconden ingedrukt om het beheerderswachtwoord en de netwerkinstellingen terug te zetten op de fabrieksinstellingen.

3. Standby-modus voor vaste schijf inschakelen
The feature was disabled by default. Als de vaste schijf binnen de ingestelde periode niet wordt gebruikt, wordt deze automatisch in de standby-modus geplaatst. 

4. Zoemer inschakelen
De zoemer is standaard ingeschakeld. Als de zoemer is uitgeschakeld, hoort u geen geluidssignaal als er een probleem met het systeem is.

Klik ter bevestiging op de knop [Toepassen].

UPS

Door de ondersteuning van de UPS (Uninterruptible Power Supply) te activeren, kunt u voorkomen dat uw systeem bij een stroomstoring uitvalt. Als er dan een stroomstoring plaatsvindt, wordt de stroomvoorziening overgenomen door de aangesloten UPS-eenheid en wordt het systeem automatisch afgesloten.

Veld Beschrijving
UPS-ondersteuning inschakelen Selecteer deze optie als u gebruik wilt maken van de UPS-ondersteuning. U kunt de timer voor het afsluiten van het systeem zo instellen dat het systeem bij een stroomstoring na verloop van een zekere tijd automatisch wordt afgesloten. In het algemeen kan een UPS het systeem nog 5 tot 10 minuten van stroom voorzien. Dit is echter afhankelijk van de maximale belasting van de UPS en het aantal systemen dat er op is aangesloten.
Model UPS Selecteer het model UPS waarop het systeem is aangesloten. Als uw model niet in de lijst voorkomt, vraag dan de technische ondersteuning om advies of raadpleeg de nieuwste informatie op onze website. Na selectie van het UPS-model kunt u met de knop Test de status van de UPS controleren.

Klik als u alles hebt ingesteld op [Toepassen] om de functie te activeren.

N.B.: Als de optie UPS-ondersteuning inschakelen niet is geselecteerd, werkt de knop Test niet.

Systeem bijwerken

Controleer voordat u met het bijwerken van de systeemsoftware begint eerst of u de juiste versie van de software hebt en lees de handleiding goed door. Maak bij voorkeur een backup van alle bestaande gegevens op het systeem als u de systeemsoftware wilt aanpassen. Bij het bijwerken van de systeemsoftware blijven de huidige instellingen behouden.

Op uw scherm kunt u zien welke versie u momenteel hebt. Als u het systeem wilt bijwerken, klikt u eerst op [Bladeren...] om het nieuwe beeldbestand te selecteren. Klik daarna op de knop [Systeem bijwerken] (als de nieuwe versie is geïnstalleerd, wordt u gevraagd het systeem opnieuw op te starten).

Logo wijzigen

Desgewenst kunt u in de rechterbovenhoek van de home-page een afbeelding opnemen. U kunt deze functie activeren door een van de beschikbare afbeeldingen te selecteren of uw eigen afbeelding te uploaden.

Een logo mag niet groter mag zijn dan 20 Kb, anders kunt u het niet uploaden. Klik op de knop 'Bladeren' en zoek de afbeelding die u wilt uploaden. Als u de gewenste afbeelding hebt gevonden, selecteert u deze en klikt u op de knop 'Uploaden'.

De geselecteerde afbeelding verschijnt nu rechts naast het upload-vak. Via het pulldown-menu met de titel 'Te vervangen' kunt u nu aangeven dat u de huidige afbeelding door een nieuwe wilt vervangen. Klik op de knop 'Vervangen' om de afbeelding te vervangen. Via het menu 'Weergeven' kunt u de nieuwe afbeelding nu rechtstreeks als logo voor de home-page selecteren.

N.B.: Klik in uw browser op de knop Vernieuwen/Refresh (of sluit en open de browser weer) om het nieuwe logo op de home-page weer te geven.

Klik op de knop [Toepassen] om de wijziging definitief te maken.

Tape Backup - Nu backup maken

Als u de bestanden meteen naar de tape wilt kopiëren, kunt u dit nu van hieruit doen.

Veld Beschrijving
Backup-label Vul hier het tape-label voor deze backup-taak in.
Backup-bron Selecteer het schijfvolume of de netwerkshare-map waarvan u de inhoud naar de tape wilt kopiëren.
Backup-type Er zijn in principe twee soorten backups mogelijk: Volledige backup of Incrementele backup. Bij een volledige backup worden alle bestanden in de backup-bron naar de tape overgebracht. Bij een incrementele backup daarentegen worden alleen die bestanden gekopieerd die na de vorige backup zijn gewijzigd of die er nieuw bijgekomen zijn.
Tape-volume Selecteer het tape-volume voor het maken van backups die meerdere tapes in beslag nemen. Bij de meeste tapestations kan het systeem het tape-volume wel automatisch vaststellen. Als dit bij uw tapestation echter niet werkt, moet u het volume zelf opgeven.

Als u alle velden hebt ingevuld, klikt u op [OK] om te starten.

Tape-backup · Terugzetten

Als u een eerder gemaakte backup op uw systeem wilt terugzetten, kunt u dit van hieruit doen.

Veld Beschrijving
Terugzetten naar Selecteer hier het schijfvolume of de netwerkshare-map waarnaar u de backup wilt terugzetten.
Bestaande bestanden overschrijven Als u "Ja" selecteert, worden reeds bestaande bestanden door die in de backup overschreven.

Als u alle opties ingesteld hebt, klikt u op [OK] om met het terugzetten van de backup te beginnen.

Tape-backup · Taken plannen

Met deze functie kunt u een backuptaak plannen en deze later automatisch op gezette tijden laten uitvoeren.

Alle reeds geplande backup-taken worden in een lijst weergegeven. Als u een nieuwe taak wilt plannen, klikt u op de knop "Nieuw" button. Als u een reeds geplande taak wilt verwijderen, selecteert u de gewenste taak en klikt u op "Verwijderen".

Tape-backup · Taken plannen · Nieuwe taak

Hier kunt u een nieuwe backup-taak opgeven die u regelmatig wilt laten uitvoeren.

Veld Beschrijving
Taaknaam Vul hier de naam voor deze backup-taak in. De naam die u hier opgeeft, wordt ook als tape-label gebruikt.
Backup-bron Selecteer het schijfvolume of de netwerkshare-map waarvan u de inhoud naar de tape wilt kopiëren.
Backup-type Er zijn in principe twee soorten backups mogelijk: Volledige backup of Incrementele backup. Bij een volledige backup worden alle bestanden in de backup-bron naar de tape overgebracht. Bij een incrementele backup daarentegen worden alleen die bestanden gekopieerd die na de vorige backup zijn gewijzigd of die er nieuw bijgekomen zijn.
Planning Stel hier de datum en de tijd in waarop de backup-taak moet worden uitgevoerd. U kunt een wekelijkse of een maandelijkse backup plannen.

Klik op [OK] als u alle instellingen hebt opgegeven.

Tape-backup · Tools

Hier vindt u een aantal handige functies voor het bedienen van uw tapestation.

Veld Beschrijving
Terugspoelen Hiermee spoelt u de tape in het tapestation terug.
Uitwerpen Hiermee werpt u de tape uit het tapestation.
Wissen Hiermee wist u de hele tape.
Info Hiermee geeft u informatie over de tape in het tapestation weer.
Taak annuleren Hiermee annuleert u de functie die op dat moment wordt uitgevoerd.

Klik op [Toepassen] als u een functie geselecteerd hebt.

Tape-backup · Tools · Tape-informatie

Op deze pagina vindt u informatie over de tape die zich momenteel in het tapestation bevindt.

Veld Beschrijving
Tijd Het tijdstip waarop de backup op de tape is gemaakt.
Label Het backup-label voor deze tape.
Volumenummer Het volumenummer van de tape.
Backup-bron Het schijfvolume of de netwerkshare met de gegevens waarvan deze backup is gemaakt.
Systeemnaam Hier verschijnt de naam van de server van waaraf deze tape-backup is gemaakt.

Klik op de knop [Sluiten] als u klaar bent.

Tape-backup · Status

Op deze pagina kunt u de status van een backup- of terugzettaak bekijken of volgen.

Veld Beschrijving
Taakstatus Hier wordt de status van de backup- of terugzettaak weergegeven.
Backup-bron De oorspronkelijke bron van de backup.
Terugzetten naar Het doel van de terugzettaak. Deze informatie verschijnt alleen voor terugzettaken.
Backup-label Het backup-label voor deze tape.
Tapenummer Het nummer van de gebruikte tapes.
Backup-type Het soort backup-taak: Volledige backup of Incrementele backup. Deze informatie verschijnt alleen voor backuptaken.
Aantal bestanden Het totale aantal bestanden waaruit de backup- of terugzettaak bestaat.
Totale grootte Het totale aantal gegevens in bytes waaruit de backup- of terugzettaak bestaat.
Begintijd De tijd waarop de backup- of terugzettaak is begonnen.

Klik op [Sluiten] als u klaar bent.

N.B.:
1. Als er op dat moment een backup- of terugzettaak wordt uitgevoerd, wordt op deze pagina steeds de nieuwste status weergegeven.

2. Als een backup- of terugzettaak meerdere tapes beslaat, wordt u hier gevraagd een nieuwe tape te plaatsen als er een vol is. Wacht na het plaatsen van de nieuwe tape tot het lampje van het tapestation niet meer knippert. Klik dan op [Ja].

Replicatie op afstand

Met de functie Replicatie op afstand kunt u eenvoudig lokale bestanden naar een map op een andere Disk On-line Server repliceren. Replicatietaken kunnen meteen worden uitgevoerd of om de zoveel tijd op een door u op te geven tijdstip. Om het bandbreedteverbruik te beperken en het repliceren sneller te laten verlopen, worden de bestanden eerst gecomprimeerd voordat ze over het netwerk worden verstuurd.

Klik op de knop [Nieuw] om een nieuwe replicatietaak toe te voegen.

Als u een replicatietaak wilt verwijderen, selecteert u de gewenste taak en klikt u op de knop [Verwijderen].

Als u een replicatietaak wilt bewerken, selecteert u de gewenste taak en klikt u op de knop [Bewerken].

Replicatietaak op afstand toevoegen

Als u een nieuwe replicatietaak wilt toevoegen moet u de volgende velden en beschrijvingen invullen:

Veld Beschrijving
Taaknaam Geef hier de naam voor de replicatietaak op.
Naam/IP-adres host op afstand Geef hier de naam op van de host waarnaar u de bestanden wilt repliceren.
Doelpad (netwerkshare/-directory) Geef hier het pad op voor deze replicatietaak, d.w.z. de netwerkshare op de Disk On-line Server op afstand. U kunt ook de directory onder de netwerkshare als doelmap opgeven. Zorg dat de compressiefunctie is ingeschakeld.
Naam gebruiker Geef hier de naam op van de gebruiker die volledige toegangsrechten tot de opgegeven netwerkshare heeft.
Wachtwoord Vul hier het wachtwoord van de opgegeven gebruiker in.
Host op afstand testen Als u de instellingen van de Disk On-line Server op afstand wilt controleren, klikt u op de knop Test.
Bronpad (netwerkshare/-directory) Geef hier het pad op van de bron voor deze replicatietaak, d.w.z. de netwerkshare op deze Disk On-line Server. U kunt ook de directory onder de netwerkshare als bronmap opgeven.
Nu repliceren Voer de replicatietaak nu meteen uit.
Planning Hier kunt u het schema voor een periodieke bestandsreplicatie instellen. U kunt uw bestanden dagelijks, eens per week of eens per maand laten repliceren.
Netwerkbestandsservices tijdens repliceren stoppen Selecteer deze optie om te voorkomen dat de versies van de bronbestanden niet met elkaar overeenkomen. Alle netwerkbestandsservices van de Disk On-Line Server worden dan tijdelijk onderbroken totdat het repliceren is voltooid.
Incrementele replicatie uitvoeren Selecteer deze optie om tijd te besparen bij het repliceren van bestanden via het netwerk. Alleen nieuwe of gewijzigde bestanden worden dan gerepliceerd.
Extra bestanden op andere host verwijderen Selecteer deze opties als u wilt dat de inhoud van de bestanden op de andere host identiek is met die in de lokale bronmap. Na het repliceren van de bestanden worden dan alle extra bestanden in de map op afstand verwijderd.

Klik nadat u de instellingen hebt opgegeven op [OK] om de nieuwe replicatietaak toe te voegen of op [Annuleren] om de wijzigingen te negeren.

N.B.: Controleer voordat u deze functie gebruikt de volgende instellingen op de Disk On-Line Server:
1. Is de Microsoft Networking Service geactiveerd?
2. Zijn de opgegeven netwerkshare en –directory aangemaakt?
3. Zijn de opgegeven naam en het wachtwoord geldig en geven deze volledige toegang tot de opgegeven doelmap?

Replicatietaak op afstand bewerken

De volgende velden en beschrijvingen kunnen worden gebruikt voor het wijzigen van de instellingen voor de geselecteerde replicatietaak op afstand:

Veld Beschrijving
Taaknaam Geef hier de naam voor de replicatietaak op.
Naam/IP-adres host op afstand Geef hier de naam op van de host waarnaar u de bestanden wilt repliceren.
Doelpad (netwerkshare/-directory) Geef hier het pad op voor deze replicatietaak, d.w.z. de netwerkshare op de Disk On-line Server op afstand. U kunt ook de directory onder de netwerkshare als doelmap opgeven. Zorg dat de compressiefunctie is ingeschakeld.
Naam gebruiker Geef hier de naam op van de gebruiker die volledige toegangsrechten tot de opgegeven netwerkshare heeft.
Wachtwoord Vul hier het wachtwoord van de opgegeven gebruiker in.
Host op afstand testen Als u de instellingen van de Disk On-line Server op afstand wilt controleren, klikt u op de knop Test.
Bronpad (netwerkshare/-directory) Geef hier het pad op van de bron voor deze replicatietaak, d.w.z. de netwerkshare op deze Disk On-line Server. U kunt ook de directory onder de netwerkshare als bronmap opgeven.
Nu repliceren Voer de replicatietaak nu meteen uit.
Planning Hier kunt u het schema voor een periodieke bestandsreplicatie instellen. U kunt uw bestanden dagelijks, eens per week of eens per maand laten repliceren.
Netwerkbestandsservices tijdens repliceren stoppen Selecteer deze optie om te voorkomen dat de versies van de bronbestanden niet met elkaar overeenkomen. Alle netwerkbestandsservices van de Disk On-Line Server worden dan tijdelijk onderbroken totdat het repliceren is voltooid.
Incrementele replicatie uitvoeren Selecteer deze optie om tijd te besparen bij het repliceren van bestanden via het netwerk. Alleen nieuwe of gewijzigde bestanden worden dan gerepliceerd.
Extra bestanden op andere host verwijderen Selecteer deze opties als u wilt dat de inhoud van de bestanden op de andere host identiek is met die in de lokale bronmap. Na het repliceren van de bestanden worden dan alle extra bestanden in de map op afstand verwijderd.

Klik nadat u de instellingen hebt opgegeven of gewijzigd op [OK] om de nieuwe instellingen te activeren, of op [Annuleren] om de wijzigingen te negeren.